Pratt & Whitney Canada boekt grote vooruitgang in milieuprestaties
Afgevaardigden die in maart 2007 tijdens de HELI-EXPO 2007 in Orlando, Florida, handelsverslagen doornamen konden zeker niet heen om een zeer opvallende advertentie van Pratt & Whitney Canada (P&WC) met daarin de specialist in asturbinemotoren, Mary H. Kalogiannis. In de advertentie prijst zij de "groenheid" van de nieuwe PW210-motor en merkt op dat de motor de hoogste verhouding vermogen-gewicht heeft en de laagste brandstofverbranding in de 1.000-shp-klasse.
De PW210 is een perfect voorbeeld van de inzet van P&WC om motoren schoner en groener te maken door een wereldwijd initiatief dat zowel motorontwerp, vervaardiging en ondersteuning omvat. Het hoofddoel is zoveel mogelijk de nadelen voor het milieu te beperken tijdens de levenscyclus van P&WC-producten.
"Milieuverantwoordelijkheid is voor ons een prioriteit," merkt Walter Di Bartolomeo, vice-president Engineering, op. "Het verminderen van de nadelige gevolgen van onze producten op het milieu is iets dat een essentieel onderdeel vormt in onze bedrijfsvoering."
De groene inzet van P&WC is een onderdeel van een groter UTC-initiatief en bestaat uit meerdere aandachtspunten, waaronder het benutten van nieuwe technologieën, nastreven van innovatie en nauwe samenwerking met leveranciers om specifieke doelen te bereiken. Een van die doelen bestaat uit het elimineren van schadelijke materialen uit producten door materialen en processen te selecteren die milieuvriendelijker zijn. Cadmium is bijvoorbeeld een chemische stof die wordt gebruikt voor het galvaniseren van moeren en bouten en die volledig is verwijderd uit de PW210.
"We willen ook van deze materialen af in verouderde motoren," zegt Walter. "Er is zeker nog verbetering mogelijk, maar we zijn optimistisch over onze voortgang. We hebben in 2006 in totaal het aantal schadelijke materialen met 13,4 procent terug kunnen brengen en over de laatste drie jaar met 37 procent."
Een andere belangrijke prioriteit voor P&WC is het ontwerpen van nieuwe motoren met verbeterd efficiënt brandstofverbruik, lagere uitstoot van gassen en verminderde geluidsniveaus.
"We willen nieuwe verbrandingstechnologieën ontwikkelen en de beste methoden benutten om een steeds grotere bedrijfsefficiëntie na te streven," voegt Walter toe.
Met steun van de Canadese overheid investeert P&WC over de volgende vijf jaar $1,5 miljard in onderzoek en ontwikkeling om een nieuwe generatie groene motortechnologieën te creëren. "Ons uiteindelijke doel is groenere, schonere en stillere motoren te bieden."
Walter vergadert regelmatig met zijn team om de voortgang te meten en om de volgende strategische stappen uiteen te zetten voor de groene tocht van P&WC. "We zijn goed op weg en we worden groener dan ooit!"
Sikorsky-ingenieur uitgeroepen tot winnaar "Women of Innovation"
Lead Survivability Engineer Suzan DeGarmo van Sikorsky heeft de "Large Business Innovation & Leadership Award" gewonnen op het vierde jaarlijkse prijzengaladiner "Women of Innovation" op 30 januari 2008 in Southington, Connecticut. Zes andere finalisten die bij UTC in dienst zijn werden vermeld in het prijzenprogramma "Women of Innovation" van de Connecticut Technology Council, waarin innovatiespecialisten, voorbeeldgevers en leiders worden gehuldigd.
Suzan werkt bij het geïntegreerde productteam van het BLACK HAWK-ontwerp. Het uitstekende leiderschap en de inzet van Suzan als Survivability-manager om bemanningen veilig terug thuis te laten komen, illustreren Sikorsky's missie:
"We pioneer flight solutions that bring people home everywhere ... every time (handelsmerk)."
"Sinds ik op school ooit eens in een BLACK HAWK-helikopter kon vliegen, ben ik verkocht aan dit unieke luchtvaartuig en ik wist ook dat wanneer ik afstudeerde ik met deze machines wilde werken, al was het alleen maar de ramen wassen. Welnu, ik doe wel iets meer dan dat tegenwoordig. Als veiligheidstechnicus mag ik ze ook nog opblazen! Mijn creatieve aanleg en specifiek ballistische perspectief op pantsering redden levens en helikopters," zegt Suzan.
Suzan communiceert en werkt veel en graag met productontwerpteams op het gebied van luchtframes, transmissies en rotors om de kwetsbaarheid van een bepaald ontwerp te identificeren. Zij daagt het team uit het probleem op te lossen via ballistische bescherming of live-brandoefeningen en beoordelingen. Ze gebruikt het team als een geheel en betrekt Amerikaanse legertechnici en laboratoria bij het definiëren van de optimale ballistische beoordelingen en de juiste kwalificatieprogramma's.
"Ik ben er trots op dat Sikorsky me de kans heeft gegeven om persoonlijk een platform te beïnvloeden dat zoveel betekent voor ons huidig personeel. Ik ben Sikorsky ook dankbaar dat ik mijn vaardigheden heb kunnen ontwikkelen zodat ik het beeld van de vrouwelijke inbreng in innovatie kan weergeven," voegt Suzan toe.
Suzan heeft haar academische opleiding in lucht- en ruimtevaarttechniek en technisch management gevolgd aan de Embry-Riddle Aeronautical University. Ze heeft zich technisch modelleren en testvaardigheden op expertniveau eigen gemaakt als een Survivability and Vulnerability (S/V)-analyst bij Boeing op de Apache Longbow helikopter. In deze functie was Suzan verantwoordelijk voor de integratie van pantserontwerpen en ballistiektestprogramma's om prestaties op het niveau van componenten, subsystemen en luchtvaartuigen te evalueren. Zij was betrokken bij de taxatie van gevechtsschade en bij het omzetten van de geleerde lessen in ontwerpkennis. Direct na haar indiensttreding bij Sikorsky op 1 januari 2007 nam Suzan leidende functies op met betrekking tot S/V-technieken in ontwikkelingsprogramma's van Sikorsky voor de helikopters BLACK HAWK "M" en H-92 SUPERHAWK®.
Naast haar huidige verantwoordelijkheden is Suzan actief op zoek naar nieuwe ideeën door training en opleidingen en volgt een doctoraatsstudie in Business Administration. Suzan past haar leiderschapskwaliteiten toe en legt zich toe op het voortzetten van het nalatenschap van Igor Sikorsky wat betreft het redden van levens.
De finalisten voor "Large Business Innovation & Leadership" werden genomineerd door hun collega's en geselecteerd op basis van hun professionele ervaring, innovatiegeschiedenis, creatief denken en probleemoplossend vermogen en praktisch leiderschap. Zij werden beoordeeld op vindingrijkheid en op wetenschappelijke, technologische en academische prestaties.
In totaal werden vierenvijftig finalisten geselecteerd uit meer dan 100 genomineerden, waaronder onderzoekers, opleiders, managers, bedrijfseigenaren en service-providers in een reeks aan vakrichtingen, zoals biotechnologie, alternatieve energie, communicatie en robottechnologie.
UTCFS ontwikkelt nieuw geavanceerd productiecentrum met nadruk op ontwikkelingsstrategieën voor innovatieve producten
Een nieuwe, innovatieve serie vaste brandweermonitoren is het resultaat van een landelijk samenwerkingsverband tussen UTC Fire & Security's Fire Safety EMEA-bedrijven. De productie van de nieuwe monitoren, die in januari 2008 van start ging, heeft ook geleid tot de creatie van een nieuw geavanceerd productiecentrum in de Silvani-vestiging in Como in Italië.
Bij overname van Kidde Plc, fabrikant van brandweerapparatuur, in 2005, erfde UTC Fire & Security 40 productievestigingen verspreid over Europa, Afrika, de V.S. en Australië.
Hoewel Kidde werd beschouwd als een waardevolle aanwinst vanwege de leidende positie van het bedrijf in de sector voor brandveiligheid, brachten de diversiteit van het productaanbod en de wijdverspreide geografische productielocaties een aantal problemen met zich mee.
Een van deze problemen lag in de productie van brandweermonitoren - grote bronzen of roestvrijstalen spuitmonden voor vaste petrochemische stoffen en andere brandweerproducten voor gevaarlijke stoffen. Vijf verschillende vestigingen van Kidde in Europa, het Midden-Oosten en Afrika produceerden alle monitoren en gebruikten een grote verscheidenheid aan ontwerpen waardoor productinnovatie werd beperkt.
Michael Mills, productmanager bij Angus Fire, een van de UTC Fire & Security's Fire Safety EMEA-bedrijven, onderkende de behoefte aan een algehele productontwikkelingsstrategie en begin met de analyse van alle bestaande monitorontwerpen.
"Sommige van de monitoren waren beperkt bruikbaar, duur in productie en verouderd," zegt Mills. "Andere waren bedrijfskritisch, op klant gemaakt of gericht op specifieke markten. De productie van deze monitoren kon niet worden stopgezet zonder daarbij de verkoop van andere productlijnen in gevaar te brengen."
Na veel onderzoek en analyse was Mills met zijn team in staat om de meest geavanceerde ontwerpen van alle bestaande monitorlijnen onder te brengen in één productlijn.
"Door deze aanpak werd ons productportfolio aanzienlijk gestroomlijnd en zorgde er tevens voor dat ieder EMEA-bedrijf toegang had tot verbeterde functies," zegt Mills. "Daarnaast zijn de productiekosten van bijna alle modellen die worden geproduceerd in de nieuw fabriek in Como lager, in sommige gevallen zelfs 50 procent lager."
Het team van Mills zag ook in een vroeg stadium dat een efficiënte uitvoering essentieel was voor de succesvolle productie van de nieuwe lijn. Het gevolg was dat de hele monitorproductie werd verplaatst naar de nieuwe Silvani-vestiging, die de grootste producent is van monitoren in de EMEA-regio. De Silvani-vestiging beschikt ook over aanzienlijke expertise op het gebied van ontwerp en productie, het hoogste omzetvolume en extra productiecapaciteit.
Door alle expertise op het gebied van ontwerp en productie over te brengen naar dit nieuw geavanceerd productiecentrum, was het EMEA-team in staat grotere productievolumes te behalen en aanzienlijk in de kosten te snijden. Een ander belangrijk voordeel was de verbeterde technische ondersteuning.
De nieuwe productreeks is baanbrekend in technologie en commerciële concurrentiekracht. Door de veranderingen kunnen alle EMEA-bedrijven hun eigen merknaam blijven voeren bij de marketing van de nieuwe productlijn.
In januari kregen het team van Mills en Silvani erkenning voor het project toen afgevaardigden van alle EMEA-locaties en gasten van UTCFS-bedrijven in Australië, Brazilië, Argentinië, Rusland en Oost-Europa de productintroductie bijwoonden in het nieuwe geavanceerde productiecentrum in Noord-Milaan.
Institute of Clean Air Companies zet medewerker van UTC Fire & Security in schijnwerpers
Richard Hovan, productmanager Environment Products van Forney, is tot president van het Institute of Clean Air Companies (ICAC) gekozen. Het instituut is een nationale non-profitorganisatie van bedrijven die systemen, apparatuur en diensten voor het controleren en beheren van luchtvervuiling in stationaire emissiebronnen leveren.
Tijdens de bijeenkomst werd Richard ook bekroond met een speciale ICAC-onderscheiding vanwege zijn wezenlijke bijdragen aan de organisatie en de branche voor het controleren/meten van luchtvervuiling.
Zoeken naar innovatieve, milieuvriendelijke antwoorden
Iedereen heeft het over het veranderende klimaat. Bill Sisson en Kelly Speakes zoeken naar innovatieve manieren om hier iets aan te doen.
Het tweetal leidt het opvallende UTC-project 'Energy Efficiency in Buildings' om te bepalen hoe gebouwen zodanig kunnen worden vormgegeven en ontworpen dat ze geen energie aan externe elektriciteitsnetten onttrekken, koolstofneutraal zijn en tegen redelijke marktwaarden kunnen worden gebouwd en geëxploiteerd.
UTC is samen met de Lafarge Group, wereldleider op het gebied van bouwmaterialen te Parijs, voorzitter van het samenwerkingsverband van bedrijven dat het project uitvoert onder toezicht van de World Business Council for Sustainable Development (WBCSD).
"Milieuvriendelijke gebouwen bieden een uitstekende manier om problemen rond energieverbruik en emissie op te lossen," aldus Bill, onderzoeksmanager in de vestiging van United Technologies Research Center voor het WBCSD-programma.
"Tijd is onze grootste vijand," zegt hij. "Het duurde 125 jaar voordat we het eerste biljoen vaten olie hadden verbruikt. De komende 30 jaar zullen we het tweede biljoen vaten gebruiken," citeert hij uit de advertentie van een grote oliemaatschappij. "Een derde van de wereldwijde energievraag komt voor rekening van gebouwen. Over 20 jaar zal dit aandeel bijna 50% bedragen."
Kelly, die bij UTC Power werkt, zegt: "Het klinkt als een utopie: gebouwen die geen energie aan het elektriciteitsnet onttrekken. Uit de energiemodellen van UTC blijkt echter dat we nu al beschikken over technologieën waarmee 23% van de commerciële gebouwen in de eigen energiebehoefte kan voorzien."
"Als we willen komen waar we zouden moeten zijn, moeten we ervoor zorgen dat mensen niet steeds hun verantwoordelijkheid afschuiven bij het vormgeven en exploiteren van gebouwen," zegt ze. "Ontwikkelaars zeggen dat ze het wel kunnen, maar dat ontwikkelaars er niet naar vragen. Ontwikkelaar zeggen dat ze er best naar willen vragen, maar dat investeerders niet betalen. Investeerders zeggen dat ze best willen betalen, maar dat er geen vraag is. En huurders zeggen dat ze de keuze niet krijgen.
Alle betrokkenen bij de bouw, ontwikkelaars, aannemers, investeerders en huurders, moeten ervan worden overtuigd dat ze gebaat zijn bij milieuvriendelijke gebouwen."
Het project 'Energy Efficiency in Buildings' omvat de volledige levenscyclus van bouwwerken, van aanleg tot sloop. De nadruk ligt in Brazilië, China, Europa, Japan, India en de Verenigde Staten.
Het project bestaat uit drie fasen. "Tijdens de eerste fase moeten bestaande praktijken op het gebied van milieuvriendelijke gebouwen worden vastgesteld," zegt Bill. "Tijdens de tweede fase moeten de huidige en toekomstige mogelijkheden in kaart worden gebracht en ten slotte moeten we oproepen tot actie om deze mogelijkheden te realiseren."
Kelly en Bill zetten zich niet alleen onder werktijd in voor duurzaamheid.
Kelly hoopt dat ze haar tweelingdochters van twee jaar kan laten zien dat een moeder een carrière kan combineren met activiteiten om iets goeds te doen in de wereld, terwijl Bill, vader van vier kinderen, trots het kunstwerk 'Earth in ozone jeopardy' van zijn zoon laat zien.
En ze zien ook de bredere gevolgen voor UTC. "Laten we niet vergeten dat we, wanneer we nieuwe manieren vinden om gebouwen te maken, ook UTC nieuwe manieren bieden om succes te hebben," aldus Bill.
FIRST onderscheidt UTC met Founder's Award
De onderscheiding wordt jaarlijks uitgereikt aan bedrijven die zich uitzonderlijk hebben ingezet om de idealen en missies van FIRST in praktijk te brengen. FIRST heeft tot doel om bij jongeren interesse in wetenschap en technologie te wekken. Eerder werd de Founder's Award uitgereikt aan onder andere Lego Group, FedEx, NASA, Honeywell, Johnson & Johnson en Walt Disney Co.
"Dankzij de inzet van bedrijven als United Technologies wordt de visie van FIRST werkelijkheid," aldus Dean Kamen, oprichter van FIRST en uitvinder van de Segway® Human Transporter, die de onderscheiding uitreikte. "Vanaf het allereerste begin heeft UTC bijgedragen aan het succes van FIRST door bijvoorbeeld regionale competities te sponsoren, teams te begeleiden en nog veel meer. We zijn blij dat UTC zo'n belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van FIRST."
Medewerkers van UTC hebben zich tot nu toe 27.000 uur per jaar ingezet om FIRST in Noord-Amerika te steunen. UTC stelt alles in het werk om de kennis van wetenschap en techniek te verbeteren en heeft nu voor het achtste opeenvolgende jaar de regionale FIRST-competitie voor New England gesponsord en meer dan US$ 2,4 miljoen bijgedragen aan FIRST-activiteiten.
Divisies van UTC sponsoren 24 teams in zeven Amerikaanse staten en Canada: Alabama (Pratt & Whitney), Connecticut (Hamilton Sundstrand, Otis, Pratt & Whitney, Sikorsky, UTC Fire & Security, UTC Power en United Technologies Research Center), Florida (Pratt & Whitney), Georgia (Pratt & Whitney), Indiana (Carrier), Massachusetts (Hamilton Sundstrand) en New York (Carrier).
Doug Shidler, vice-president Black Hawk-programma's bij Sikorsky, die de prijs namens UTC in ontvangst nam, zegt: "FIRST is een fantastisch programma waarmee technologie voor leerlingen en studenten tot leven komt in een spannend wedstrijdverband. Bij UTC zijn we er trots op dat we een programma steunen waarmee zoveel jonge mensen worden gestimuleerd om een baan in een wetenschappelijke richting te zoeken."
Shidler zei tegen de aanwezigen: "Deze onderscheiding is een eer, maar het belangrijkste voor United Technologies zijn jullie, de leerlingen, omdat jullie de wetenschappers, technici en ingenieurs van de toekomst zijn."
Het nationale evenement in het Georgia Dome in Atlanta vormde het hoogtepunt van een wekenlange wedstrijd tussen meer dan 1130 teams uit Brazilië, Canada, Ecuador, Israël, Mexico, het Verenigd Koninkrijk en 42 Amerikaanse staten. Bij het kampioenschap waren meer dan 10.000 deelnemers, 5000 mentors, 500 vrijwilligers en natuurlijk 477 robots betrokken.
Groepen leerlingen en studenten bouwden robots met behulp van een kist met honderden onderdelen. Dit jaar werd onder het motto 'Aim High' getest of de robots van de deelnemers schuimrubberen ballen door hoepels konden schieten, een parcours konden afleggen en op basis van een oriëntatiesysteem zelfstandig konden navigeren.
De Northern Knights van de Loyola High School uit Montreal, een team dat gedeeltelijk door Pratt & Whitney Canada werd gesponsord, maakte deel uit van de groep die de competitie won.
De Northern Knights en twee andere door UTC gesponsorde teams maakten deel uit van vier groepen van drie teams die aan de halve finale van het kampioenschap deelnamen. De andere teams waren de Bobcats van de South Windsor High School (Connecticut), gesponsord door UTC Power, en de Cyberknights van de Southington High School (Connecticut), gesponsord door Hamilton Sundstrand.
Het seizoen 2006 van de FIRST Robotics-competitie is voor de door Hamilton Sundstrand gesponsorde FIRST Robotics-teams uitstekend verlopen. Het door HS gesponsorde Aces High-team, dat samenwerkte met leerlingen van de Windsor Locks High School en de Suffield High School (Connecticut), maakte samen met teams van UTC Fire & Security en UTC Power onderdeel uit van een groep van drie teams. Deze groep won op 11 maart de eerste regionale UTC FIRST Robotics-competitie voor New England in Hartford (Connecticut).
Aces High maakte ook deel uit van de groep van drie teams die op 4 maart de tweede plaats behaalde in de regionale FIRST Robotics-competitie voor Granite State in Manchester (New Hampshire).
Het team Buzz Robotics, dat werd bijgestaan door technici van HS Space, Land & Sea en dat samenwerkte met leerlingen van de Enrico Fermi High School in Enfield (Connecticut), behoorde tot de groep van drie teams die op 18 maart de regionale FIRST Robotics-competitie voor Chesapeake in Annapolis (Maryland) won.
Rosie Robotics, het door HS gesteunde team van de Agawam High School in Agawam (Massachusetts), presteerde ook bijzonder goed tijdens de FIRST Robotics-competitie. Dankzij de beursachtige stand en het ongeëvenaarde bedrijfsplan kreeg Rosie tijdens de regionale UTC FIRST Robotics-competitie in New England voor het derde opeenvolgende jaar de Robotics Kleiner Perkins Caufield Byers Entrepreneurship Award uitgereikt. Het beveiligingsprogramma van het team eindigde bij de regionale competitie in Boston eervol op de tweede plaats voor de Underwriters Laboratories Safety Award.
Kamen zegt: "Onze samenleving zit midden in een wetenschappelijke en technologische crisis en FIRST probeert te veranderen hoe onze cultuur tegen deze vakgebieden aankijkt. We helpen jongeren om wetenschappers en technici in hetzelfde licht te zien als hun traditionele sporthelden en popsterren."
