Opruimen na de orkaan Katrina: Venture Crew 10 gaat terug voor meer
Met 15 kinderen van 11 tot 18 jaar op weg naar Biloxi, Mississippi, is waarschijnlijk niet het eerste waar je aan denkt om zeven dagen vakantie door te brengen. Voor Barry Dahlberg, negen andere volwassenen, waaronder Bob en Jim DeVlieger, die ook werknemers zijn van Hamilton Sundstrand, en de kinderen van de Boy Scouts of America Venture 10 Crew, was dit een ervaring die iedereen levenslang zal bij blijven.
Venture Crew 10 ging verder waar andere vrijwilligers afhaakten en hielpen huiseigenaren in Biloxi met taken zoals het leggen van funderingen, bouwen van schuren, timmerwerk, loodgieterswerk en tegelzetten. Volwassen hielden toezicht op het gebruik van elektrisch gereedschap maar de kinderen pakten hun projecten van start tot voltooiing aan. Dahlberg zegt, "vorig jaar gingen we voor de eerste keer naar Biloxi om het Boy Scout-kamp in Kiln, Mississippi, opnieuw op te bouwen dat was beschadigd door de storm en onze kinderen wilden terug gaan om te zien of ze nog verder konden helpen. De reis was dit jaar anders omdat we ook jongere kinderen meenamen en meisjes en vrouwen, die hielpen als toezichthouders, wat geweldig beviel."
De voorbereidingen voor de reis duurde maanden. Venture Crew 10 verkocht kaasblokken en hield spaghetti-etentjes om geld op te halen om hun voedsel, benzine en andere benodigdheden voor het weeklange avontuur te kunnen betalen. Samen met het geld van het Volunteer Grant-programma van UTC ging de groep met $9.000 op zak op weg naar Biloxi. Met dat bedrag konden ze niet alleen hun onkosten dekken maar konden ze ook een donatie maken aan de First United Methodist Church in Biloxi, waar ze verbleven in klaslokalen die waren ingericht als slaapzalen voor vrijwilligersgroepen. De kerk sponsorde ook de projecten van de Crew.
"Biloxi zag er deze keer anders uit omdat het meeste puin van de storm was opgeruimd, maar zelfs zo lang na de storm wonen mensen nog steeds in FEMA-stacaravans of proberen hun huizen weer bewoonbaar te maken. Door de projecten kwamen we in de gelegenheid te praten met mensen die de orkaan Katrina hadden overleefd. De verhalen die ze vertelden waren indrukwekkend voor iedereen," merkt Dahlberg op. "Maar het was niet alleen maar werken. Op een nacht voeren we met een schoener de Golf van Mexico op om de zonsondergang te bewonderen en de nacht voordat we naar huis gingen aten we rode bonen en rijst en iets nieuws ... rivierkreeft. De huiseigenaren hielpen ons bij het koken en gaven ons een demonstratie van hoe we rivierkreeft moesten eten. Het was erg gezellig en vormde een geweldige afsluiting van ons avontuur."
Sikorsky-werknemer op de bres voor veteranen
Bob Chechoski werkt al meer dan 24 jaar als een vliegtuigtechnicus bij Sikorsky. "Het lijkt of de jaren omvliegen omdat ik mijn werk graag doe en ik besef dat het belangrijk is om goed werk af te leveren."
Naast zijn werk komt Bob op voor veteranen, haalt hij donaties op en maakt zorgpakketten voor Amerikaanse militairen die in het buitenland zijn gestationeerd. Alleen al in 2007 verzond Bob meer dan 80 pakketten overzees. Ieder pakket is verschillend maar de meeste bevatten niet-bederfelijke waren van snoepgoed tot kerstkalkoenen, toiletspullen, films, PlayStation- en Xbox-spelletjes. De pakketten wegen meestal tussen de 20 en 30 kilo.
Bob onderhoud intensief contact met veel militairen via e-mail. Ze laten hem weten of ze een pakket hebben ontvangen en vragen ook om dingen die ze nodig hebben of die ze graag zouden willen hebben. "Het voelt iedere keer echt goed wanneer ik een bericht krijg van een militair. Ze verdienen alles wat we hen sturen omdat ze in een moeilijke situatie zitten en ieder klein detail biedt hoop. Ik weet waar ik over spreek," zegt Bob.
Bob ging tussen 1966 en 1969 drie keer terug als militair naar Vietnam. Hij herinnert zich dat er niet veel mensen waren die voorraden stuurden naar de militairen. "Dit was slecht voor ons moreel en we hadden hierdoor het gevoel dat niemand om ons gaf. Deze ervaring leidde tot mijn kruistocht voor de militairen en ik heb er eigenlijk mijn burgerplicht van gemaakt," zegt hij.
Bob toont zijn steun op meerdere manieren; allemaal ter ere van degenen die in het leger dienen of hebben gediend. Bob is sinds 15 jaar verbonden aan het VA-hospitaal in West Haven, Connecticut, waar hij werkt als een erkende servicevertegenwoordiger voor veteranen die hulp nodig hebben bij het indienen van claims of die rechtsbijstand nodig hebben. Bob is ook betrokken bij de fondsen Soldier's Sailor's en Marine's Fund waarmee hij veteranen hulp biedt bij het verkrijgen van staatsfondsen en vinden van huisvesting en werk.
Maar daar houdt het voor Bob nog niet op. Als lid van het Vietnam Veterans of America Chapter 251, organiseert hij geldinzamelacties en bijeenkomsten om geld op te halen voor de militairen. Hij is daarnaast een contactpersoon voor het America Legion. "Ieder klein detail dat wij doen maakt een enorm verschil in het leven van onze militairen en zij waarderen onze hulp," zegt hij.
In 2007 werd Bob lid van de Sikorsky Veterans Association (SVA) om interesse te wekken voor de militairen en om Sikorsky-werknemers betrokken te maken bij de hulp aan militairen en veteranen hier en in de samenleving. De SVA organiseert per jaar twee inzamelrondes. "De mondelinge reclame begint te werken en er zijn telkens meer werknemers die dingen doneren," zegt Bob.
Hij organiseert ook regelmatig zogenaamde "Support Our Troops"-activiteiten om Sikorsky-werknemers de gelegenheid te geven berichten te schrijven op "Support Our Troops"-vlaggen ter aanmoediging en om te laten zien dat Sikorsky achter degenen staat die de V.S. dienen.
Bob kreeg onlangs een welkome verrassing waardoor hij zeer geraakt werd. Een soldaat die terugkeerde uit Irak had één van Bobs zorgpakketten ontvangen en besloot hem persoonlijk te bedanken voor de geschenken en de bemoedigende e-mails. "Wanneer militairen me laten weten wat onze geschenken voor hen betekenen, dan weet ik zeker dat we ons steentje bijdragen aan ons land en aan degenen die ons beschermen."
Groenere huizen bouwen met Habitat for Humanity - New York City
Het jarenlange samenwerkingsverband van UTC met Habitat for Humanity - New York City kreeg in september 2007 een impuls toen een groep bedrijfsvrijwilligers deelnam aan de bouw van het grootste gezinscomplex die de organisatie ooit heeft gebouwd. Het flatgebouw met 41 wooneenheden in Brooklyn, New York, is een Habitat-mijlpaal en zorgt voor nieuwe gezinswoningen die zowel betaalbaar als milieuvriendelijk zijn.
De groep werkt dagelijks onder leiding van de Vice President Accounting en Finance van UTC, Greg Hayes, aan de bouw van het complex dat bestaat uit drie gebouwen en dat in begin 2009 naar verwachting voltooid zal zijn. Verschillende werknemers van het hoofdkwartier van UTC hebben zich als vrijwilligers aangeboden, zoals Jennifer Caruso, Mark George, Corliss Montesi, Ken Parks, Tom Rogan, Jessica Smith, Peggy Smyth en Tobin Treichal.
Het Brooklyn Habitat - NYC-project bestaat uit drie afzonderlijke gebouwen van vier verdiepingen zonder lift met een gedetailleerd en duurzaam ontwerp. Het ontwerp is bestand tegen erosie en afzetting, er worden droogtebestendige planten, waterleidingskoppelingen voor geringe doorstroming, energiezuinige apparaten en sanitair gebruikt als ook milieuvriendelijke verf en dichtingsmiddelen en waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van gerecyclede materialen.
"Ik denk bij Habitat-projecten meestal aan eengezinswoningen. Dit was toch wel een veel grotere onderneming," zegt Corliss, die voor de eerste keer een Habitat-vrijwilliger is. "Het is altijd iets speciaals om deel te nemen aan een proces waarmee je iets voor de gemeenschap betekent. Dat was hier heel goed voelbaar omdat we samenwerkten met familieleden die in het gebouw gaan wonen."
Na voltooiing krijgt het nieuwe bouwproject naar verwachting het LEED (Leadership in Energy and Environmental Design)-certificaat van de Amerikaanse Green Building Council, een non-profitorganisatie die zich inzet voor de uitbreiding van duurzame bouwpraktijken. LEED is een erkende standaard voor het ontwerp, de bouw en uitvoering van groene gebouwen, voor de promotie van duurzame bouwontwikkelingsprocessen, efficiënt water- en energieverbruik, selectie van materialen en kwaliteitswonen binnenshuis.
Habitat - NYC heeft in de vijf districten van New York meer dan 170 woningen gebouwd met de hulp ieder jaar van ongeveer 10.000 vrijwilligers. UTC en zijn werknemers steunen de organisatie al meer dan 10 jaar en begonnen in 2004 met de toekenning van Habitat-NYC-subsidies via het Sustainable Cities-initiatief, dat groene bouwpraktijken toepast op betaalbare woningen. Op de 8e uitreiking van de Annual Builder Award van Habitat in november 2007 werd UTC geëerd als één van de topsponsors van de organisatie.
"Wat het allemaal zo waardevol en speciaal maakt, is dat je de woonsituatie van een gezin helpt te verbeteren en tegelijkertijd iets goeds doet voor het milieu," zegt Greg. "Habitat for Humanity is een trendsetter want ik denk dat al over een paar jaar alle bouwprojecten rekening zullen houden met de LEED-normen."
Een levensles in de waarde van EH&S
Gary Griesheim van Pratt & Whitney is een dankbare voorstander van het EH&S-programma dat UTC in het leven heeft geroepen om gevaarlijke chemicaliën van de werkplek te weren.
Zijn dankbaarheid werd alleen maar groter nadat zijn broer Greg bij een andere werkgever bijna in een tank met trichloorethyleen (TCE) was gevallen en dit op wonderbaarlijke wijze overleefde. Dit levensgevaarlijke bedrijfsongeval leidde bijna tot een tragedie voor de familie Griesheim.
"Greg werd bevangen door TCE-dampen toen hij een lek probeerde te dichten in een verwarmde TCE-reinigingslijn bij een fabrikant in Illinois, waar hij als industrieel technicus werkte," zegt Gary.
"Het was een wonder dat de gesp van zijn riem achter een uitstekende buis bleef haken toen hij flauwviel, zodat hij niet helemaal in de chemische substantie viel," aldus Gary. "Voor zover we kunnen nagaan, bungelde hij meer dan een uur boven de TCE," voegt Gary toe.
Door de TCE-dampen raakte Greg in een coma die de familie Griesheim in de greep van de angst hield. De gebeurtenis is echter niet van invloed geweest op Gregs gevoel voor humor. Wanneer we hem naar zijn ervaring vragen, zegt hij: "Dat kun je beter aan iemand anders vragen, want ik was er op dat moment niet helemaal bij."
De artsen maakten zich aanvankelijk zorgen dat Greg door de ingeademde TCE-dampen blijvend hersenletsel zou oplopen, maar hij ontwaakte uit zijn coma, waarna hij binnen enkele weken volledig herstelde.
Gary zegt: "Als het management van het bedrijf waar mijn broer werkte meer aandacht aan EH&S had besteed en op een strategische manier leiding had gegeven, zoals bij UTC, had hij de dood waarschijnlijk niet zo in de ogen hoeven kijken."
Hij vertelde dat aan CEO George David in een brief die hij op aanraden van collega's schreef nadat hij over de bijna-ramp vertelde tijdens een veiligheidsbijeenkomst van Pratt & Whitney.
Het spreekt voor zich dat Gary een fervent voorstander is van de pogingen van UTC om gevaarlijke materialen uit werkprocessen te weren.
Gary begon zijn carrière bij Pratt & Whitney in het onderzoekslaboratorium voor materiaaltechniek in 1992, precies op het moment dat het bedrijf op zoek ging naar vriendelijke processen en grondstoffen als vervanging voor schadelijke chemicaliën.
"Ik werkte nauw samen met materiaaltechnici die maanden of zelfs jaren onafgebroken op zoek waren naar alternatieve schoonmaakoplossingen en ‑procedures," aldus Gary. "Toentertijd plaatsten ze vraagtekens bij de strategische beslissing van het management om dergelijke chemicaliën te weren en vroegen ze zich af of hierdoor de marktpositie van UTC niet zou verslechteren."
Tegenwoordig heeft Gary, die in de faciliteit van Pratt & Whitney te Columbus (Georgia) werkt, met name respect voor de verantwoordelijke manier waarop het management van UTC zich inzet voor EH&S-kwesties.
"UTC doet wat juist is," zegt hij.
From Russia, with love
Adoptie wordt door de redacteur van het tijdschrift Parents omschreven als een wonderbaarlijk proces waarbij volwassenen en kinderen samen komen en via de kracht van de liefde een gezin vormen. Een dergelijk wonder deed zich voor toen Bob Loycano, manager bevestigingsartikelen bij Pratt & Whitney, en zijn familie hun dochter Waverly Anastasia adopteerden.
Nadat Bob en zijn vrouw Kimberly de beslissing hadden genomen om een kindje uit Rusland te adopteren, duurde het vier maanden om het verplichte thuissituatie- en precedentenonderzoek af te ronden, waarna ze een aanvraag voor het Russische adoptieprogramma konden indienen. Nadat ze dit hadden gedaan, duurde het slechts een maand voordat ze een kindje hadden gevonden: een tweejarig meisje met de naam Anastasia, dat in de stad Birobidzhan woonde, in de Joodse Autonome Regio in het uiterste oosten van Siberië.
De familie Loycano. Van links naar rechts: Evan, Bob, Kimberly en Waverly Anastasia.
De familie Loycano reisde naar Birobidzhan om hun dochtertje te ontmoeten, die zich blij in hun armen stortte. Er was direct een band tussen hen. Het kostte echter iets meer tijd om de adoptie af te ronden zodat ze een paar weken later nogmaals naar Rusland moesten afreizen. Als onderdeel van deze procedure veranderde de familie Loycano de voornaam van Anastasia in Waverly, terwijl Anastasia als middelste naam behouden bleef. Toen na enkele dagen de administratieve rompslomp in Siberië en Moskou was afgehandeld, konden Bob en zijn vrouw Waverly eindelijk mee naar huis nemen.
Eenmaal thuis ontmoette Waverly haar grotere broertje Evan, het vierjarige biologische zoontje van Bob en Kimberly. In eerste instantie vond Evan een nieuw zusje wel leuk. Hij liet Waverly met zijn speelgoed spelen en vond het leuk om haar grote broer te zijn. Op de tweede dag realiseerde hij zich echter dat zijn zusje definitief zou blijven, waarna hij tegen Bob zei dat hij "hem even apart wilde spreken". Hij legde Bob uit dat "dit gewoon niet werkte" en dat "ze terug moest". Bob en Kim probeerden niet te lachen en deden de twee maanden daarna hun uiterste best om Evan te helpen met het accepteren van zijn nieuwe zusje.
Waverly had vooral moeite zich aan te passen aan het eten en het slaapritme. Veel eten verdroeg ze niet en haar dokter stelde vast dat ze last had van parasieten die veel voorkomen bij kinderen in het gedeelte van Rusland waar Waverly vandaan kwam. Ook sliep ze slecht en volgens de internationale adoptiedokter moesten Bob en Kimberly direct naar Waverly toegaan als ze wakker werd en begon te huilen. Op deze manier kon ze een band ontwikkelen met hen als nieuwe ouders.
In de twaalf maanden daarna ging Waverly snel vooruit en inmiddels is ze goed aangepast. De familie Loycano is dolblij met haar als lid van hun gezin. Ook Evan, die op de vraag of hij blij is met Waverly als onderdeel van het gezin volmondig "Zeker weten!" antwoordt.
Als u adoptie overweegt, onthoud dan dat UTC hiervoor financiële ondersteuning biedt.
Financieel team van Otis steunt Habitat for Humanity
Ze zijn gewend om de cijfers voor Otis op te tellen en uitstekende rendementen te rapporteren, maar toen een financieel team de kwaliteiten bundelde ten behoeve van Habitat for Humanity, waren de resultaten ook bijzonder indrukwekkend.
Eind juni bood een groep van twaalf financiële medewerkers van Otis WHQ aan om huizen te helpen bouwen en daarmee ook de teamgeest te verbeteren tijdens een eendaags evenement van Habitat for Humanity in de regio Hartford. Dit is het vierde jaar dat de afdeling als team heeft deelgenomen.
Samen met vrijwilligers (zowel jongeren als gepensioneerden) zetten de medewerkers van Otis zich in om een paar muurconstructies op te zetten, enkele platen vast te timmeren, badkamersanitair vanuit de bestelwagen naar de huizen te dragen, de omtrek voor het dak te meten en de dakconstructie voor twee huizen te bouwen.
"Het gaf een goed gevoel om met een paar collega's iets te doen voor minder bedeelden in een totaal andere omgeving dan onze werkplek," zegt Angelo Messina, Chief Finance Officer van Otis.
Messina deed vorig jaar voor het eerst als vrijwilliger mee toen hij nog bij Carrier werkte en vond het erg leuk om zich dit jaar met een Otis-team voor Habitat in te zetten. Hij legt uit dat de Habitat-huizen "een oase zijn op een oud bedrijfsterrein met voormalige fabrieken. Het was fantastisch om te zien dat er gezinnen wonen in de huizen die al klaar zijn."
Iris Huang, senior analist controlesystemen en naleving, is een relatief nieuw lid van het Otis-team en hielp bij de bouw van enkele huizen in dezelfde buurt met een team van haar voormalige werkgever, Stanley.
"Het was een echte achterbuurt waar je je beter niet kon laten zien," zegt ze. "Nu liggen midden in deze buurt verschillende blokken met Habitat-huizen die er mooi uitzien en een groene tuin hebben. Het contrast is ongelooflijk. Ik was trots op de prestatie en wist dat ons werk echt iets zou betekenen voor de buurt. Toen ik die dag rondkeek, prees ik me bijzonder gelukkig dat ik voor twee bedrijven heb gewerkt die beide vooroplopen als het gaat om maatschappelijke verantwoordelijkheid."
Meredith Lewis, senior analist FP&A, is het hiermee eens. Ze werkt al zeven jaar als vrijwilliger voor Habitat, waarvan drie met Otis.
"Dit is het derde jaar dat we op dezelfde plek komen," zegt Lewis. "Tijdens onze werkzaamheden zagen we de gezinnen die nu in de huizen wonen die we eerder hebben gebouwd. Als je kinderen door de tuin ziet rennen terwijl hun moeders hen vanaf de veranda in de gaten houden, besef je pas dat je echt iets zinnigs aan het doen bent. Het bewijs hiervoor zie je vlak voor je. Als ik moe was of iemand over de hitte begon te klagen, hoorden we de kinderen lachen en wisten we weer waar we het allemaal voor deden."
Voor Lewis is teambuilding gedurende de dag een mooie bijkomstigheid, naast de hulp aan de gemeenschap: "Je moet echt samenwerken, anders loopt het project op niets uit. Onze groepen blijken altijd goed samen te werken en aan het einde van de dag hebben we allerlei dingen geleerd over elkaars kwaliteiten, werkstijl en persoonlijke leven. Dit nemen we mee terug naar kantoor, zodat we daar veel beter en effectiever als team kunnen samenwerken."
Voor Gabriel Acosta, senior financieel analist, was het de eerste keer dat hij deelnam aan een evenement van Habitat for Humanity.
"Ik heb me als vrijwilliger aangemeld omdat ik me helemaal kan vinden in het idee om huizen te bouwen," zegt Acosta. "Ik heb gemerkt dat het me een goed gevoel geeft en leuk is. Ik zou graag nog een keer meedoen. Het was met name zinvol om met collega's samen te werken en hen van een andere kant te leren kennen."
Tatyana Lobikin is het hiermee eens. Lobikin, salarismanager en HR-deskundige voor WHQ Finance, zet zich al voor het vierde jaar in als vrijwilliger voor Habitat.
"Het gaat niet om functionele lijnen, functietitels, niveaus en diploma's. We zijn allemaal gewoon vrijwilligers met als naambordje een stuk tape waarop met stift onze naam staat geschreven," zegt zij. "We werken samen voor een goed doel en hebben daarbij ook nog eens veel plezier. Aan het einde van de dag weten we dat we een waardevolle bijdrage hebben geleverd aan het leven van iemand anders. Deelname aan deze evenementen is een jaarlijks terugkerend hoogtepunt in mijn leven."
Gedurende de dag had Messina de gelegenheid om de toekomstige huiseigenaar te ontmoeten. "Het was een lieve oude dame die voor het eerst een eigen huis kocht," zegt hij, waarbij hij opmerkt dat de financiële medewerkers vooral in de financiële details van de Habitat-huizen waren geïnteresseerd. "De huizen worden verkocht voor US$ 80.000 met een renteloze hypotheek van 26 jaar... Heel iets anders dan wat een op winst gericht bedrijf zou doen," zegt hij.
Volgens Habitat for Humanity in de regio Hartford wordt het meeste werk verricht door vrijwilligers. Personen en bedrijven doneren het geld en de materialen waarmee Habitat-huizen worden gebouwd. De toekomstige bewoners werken honderden uren lang (een eigen bijdrage in de vorm van arbeid) aan de bouw van hun eigen huis en de huizen van anderen. Dankzij het harde werk en de toewijding van vrijwilligers hebben huiseigenaren en personeel de afgelopen zestien jaar meer dan honderd huizen in de regio Hartford gebouwd.
Joshua's Book of Dreams: verdriet omgezet in goodwill
Nog maar zes jaar geleden werden Scott Plaisted, NDT (Non-Destructive Test)-inspecteur van Pratt & Whitney in North Berwick (Maine), en zijn vrouw Carol geconfronteerd met een tragedie die je geen enkele ouder toewenst. De ene dag vormden ze nog een gelukkig gezin met Joshua van twee jaar en Lindsey van vier maanden. De volgende dag kregen ze van artsen te horen dat Joshua was overleden aan bacteriële meningitis.
Ondanks dit ondraagbare leed mochten Scott en Carol niet vergeten dat Lindsey er ook nog was. Ze beseften dat ze voor hun dochtertje klaar moesten staan en dit was het enige wat hen vlak na de vroegtijdige dood van Joshua overeind hield. Hoewel het verdriet niet leek te slijten, klampten Scott en Carol zich vast aan één gedachte: ze wilden ervoor zorgen dat Lindsey haar broertje zou kennen en gingen vastbesloten op zoek naar een manier waarop de herinnering aan Joshua een inspiratie zou kunnen vormen, niet alleen voor Lindsey, maar ook voor andere kinderen en gezinnen.
Scott vertelt heel positief over hoe hij en Carol tot de beslissing kwamen om Joshua's Book of Dreams te starten, een alfabetiseringsprogramma waarmee duizenden kinderen hebben geleerd hoe leuk lezen is. "We gingen aan tafel zitten en begonnen min of meer te brainstormen over hoe we Josh zouden kunnen herdenken," zegt Scott, die vertelt hoe leergierig zijn zoontje was en hoe graag hij boeken las. "Hij verslond allerlei boeken. We wisten dat we zijn liefde voor boeken wilden doorgeven aan anderen."
Scott, Carol en Lindsey verzamelen nieuwe boeken en tweedehandsboeken die er nog goed uitzien en distribueren deze overal waar hier behoefte aan is. Ze voeren dit hele programma uit vanuit hun huis in York (Maine). In 2001 organiseerden ze met steun van de parken- en recreatiecommissie van York voor het eerst de Joshua's Book of Dreams-loop van 5 km. In april dit jaar deden 354 hardlopers en wandelaars mee aan het evenement. Met de opbrengsten van dit evenement, dat tegenwoordig jaarlijks wordt gehouden, kunnen boeken voor schoolbibliotheken en lokale leesprogramma's worden aangeschaft.
Sinds de oprichting in 2001 heeft Joshua's Book of Dreams meer dan 17.000 boeken gedistribueerd. Er zijn boeken gedoneerd aan verschillende lokale kinderorganisaties en scholen en aan het Aircraft Club Angel Tree-programma. Boeken van Joshua's Book of Dreams werden na 11 september naar New York en na orkaan Katrina naar New Orleans verzonden.
Elke dag denken Scott, Carol en Lindsey nog aan Josh en ze zijn dankbaar voor de tijd dat ze hem hebben mogen kennen en voor zijn aanstekelijke liefde voor boeken. Lindsey vergeet haar broertje niet dankzij elk boek dat ze van een etiket voorziet of inpakt voor verzending. Hoewel hun kleine jongen niet meer onder ons is, zorgt Joshua's Book of Dreams ervoor dat de familie Plaisted altijd uit vier leden zal bestaan.
Ga voor meer informatie over bacteriële meningitis naar www.cdc.gov.
